Martijn Wolfs

Reisverhalen en schokkende onthullingen.


The Death Railway

De opvolgende dag zijn we per Toyota minibus vertrokken langs de River Kwai. Bijna alle auto’s in dit land komen uit de Toyota fabriek. Hier en daar zie je nog een paar Honda’s, maar veel verder komen ze niet. In ieder geval niks van Europese makelaardij. Tijdens deze tocht maakten we kennis met nog een heel ander gezicht van Thailand. Het toerisme is hier voor veel mensen een enorm belangrijke bron van inkomsten en dit is werkelijk overal in terug te zien. Voor mij direct een groot minpunt van dit land. Het is duidelijk zichtbaar dat hier al jarenlang veel vakantiebezoekers komen en de bevolking weet dit prima uit te buiten.

Een grote toeristische attractie is de drijvende markt ten oosten van Bangkok. Vroeger was dit gewoon een markt zoals wij die in Nederland kennen, maar dan op het water. Je vaart langs met een bootje en ruilt of koopt producten bij de andere gondels. Inmiddels is deze plek voor de lokale bevolking veel te duur en zijn alle traditionele Thaise producten ingeruild voor veelal plastic souvenirs. Wat overblijft is een rivier van misschien wel een kilometer lang met toeristen, terrasjes en honderden bootjes die allemaal de zelfde machinaal geproduceerde souvenirs verkopen. Toch is te zien dat de meeste buitenlandse bezoekers dit prima vinden en zich kostelijk vermaken.

De River Kwai is een enorme rivier, vergelijkbaar met de Colorado River in de Grand Canyon. Het water is een grote massa zandkleurig modder. Je kan erin zwemmen, maar dit is voor toeristen niet  aan te raden. Hier en daar zit een krokodilletje, een slang of de zogenaamde ‘piemelvis’. Kleine bacteriën die naar binnen kruipen en je gezondheid niet ten goede komen. Gelukkig bezit bijna elk resort of hotel over een zwembad. Een welkome verfrissing in deze tropische temperaturen.

Deze rivier geniet enige bekendheid van het boek ‘The bridge over the River Kwai’ en de gelijknamige film. Dit verhaal gaat over de Nederlandse, Amerikaanse en Canadese krijgsgevangen van de Japanners in de tweede wereldoorlog. Zij werden gedwongen te werken aan het Japanse plan om een spoorweg te bouwen van Bangkok, via Birma naar India. Al sinds de bouw wordt deze spoorweg de Death Railway genoemd. De rails gaat dwars door bergen, jungles en rivieren en moest in één jaar worden voltooid. Dit was een enorme klus, en heeft aan 120 duizend krijgsgevangenen en lokale bevolking het leven gekost.

In het verleden heb ik mij nooit beseft dat de Tweede Wereldoorlog ook hier zoveel impact heeft gehad. Ik heb altijd wel geweten van de Indonesische guerrilla strijd en de kernbommen, maar ik heb me nooit beseft hoe drastisch de Jappen in Azië hebben huisgehouden. In mijn gedachte was de strijd hier in het oosten ondergeschikt aan wat er in Europa is gebeurt, maar na alles wat ik rond de Death Railway heb gezien blijkt dit heel naïef en volledig onwaar. Volgens het museum dat wij hebben bezocht heeft elke dwarsbalk van deze spoorweg een mensenleven gekost. En als je vervolgens een stukje van de oude rails loopt besef je hoe erg het in die tijd geweest is.

Je wordt er stil van, honderdduizenden mensen hebben hier keihard, 18 uur per dag in de bloedhitte gewerkt. Maar de helft heeft het uiteindelijk overleeft. En de mensen die het wel hebben gehaald leven met een enorm trauma. Als buitenstaander is het denk ik niet te beseffen wat voor invloed zoiets op iemand heeft.

Published by Martijn, on July 24th, 2010 at 1:30 pm. Filled under: Reizen,ThailandNo Comments

Krung Thep

Thailand is een westerse versie van China. Lang niet zo arm en onderontwikkeld als de Aziatische grootmacht, maar niet te vergelijken met Europa. Nog nooit ben ik in een land geweest waar het verschil tussen arm en rijk zo overduidelijk en groot is. Niet zo zeer per hoofd van de bevolking, maar meer per product. Een avondje dineren in een restaurant kost hier niet meer dan 200 baht, ongeveer 5 euro per persoon. Maar loop je de Adidas Store binnen dan betaal je gewoon de volle pond voor een paar ZX.

Onze reis is een paar dagen geleden begonnen in Bangkok. De stad heet hier Krung Thep, omdat een koning de naam ooit heeft veranderd, maar in het westen noemen we het nog steeds Bangkok. Het vliegveld is enorm mooi, groot en modern. Maar zodra je de luchthaven verlaat is de rijkdom verdwenen. De hoofdstad kent, met de agglomeratie meegerekend, ongeveer 15 miljoen inwoners. Niemand weet precies hoeveel het er zijn, want ruim een kwart schijnt niet te zijn ingeschreven. De meeste wonen in een rolplaat of houten huisje. Tussen deze krottenwijken door staan enorme flats, meestal hotels of internationale Europese bedrijven. De ‘doorsnee’ Thai werkt op straat in zijn eigen kraampje op de markt. Iedereen voor zichzelf is een motto wat hier erg serieus wordt genomen.

En toch is het Thaise volk enorm solidair, tolerant en aardig tegen alles en iedereen. De eerste dag hebben wij gebruikt om de verdere reis te plannen en onze jetlag van vijf uur tijdverschil te verwerken. Na een nachtje flink slapen zijn we ’s ochtends begonnen aan de ‘Klong Tour’. Een Klong is een traditioneel Thais bootje wat sterk doet denken aan een Vietnamese gondel. Alleen de kenmerkende peddel laten ze hier achterwegen en is vervangen door een automotor met een schroef. Hierdoor gaan de boten onwaarschijnlijk hard en knal je over de vele rivieren van Bangkok. Een prima manier om de stad te verkennen. Veel mensen wonen en leven namelijk aan het water, en je ziet hele supermarktboten voorbijkomen. Een fascinerend gezicht en een goede kennismaking met dit al even interessante land.

Dag twee begon met een fietstocht, voor mij tot nu toe het hoogtepunt van de vakantie. De lokale bevolking fietst amper, maar het verbaast ze totaal niet dat de toeristen dit spektakel wel ondernemen. In Thailand fiets je gewoon over de stoep, hoe druk het ook mag zijn. In Nederland hoef je het niet te proberen om op koopavond een rondje Koopgoot of Kalverstraat te fietsen, iets wat hier schijnbaar heel normaal is. Mensen lachen naar je en groeten vrolijk terug wanneer jij ‘Sawadee Grap’, Thais voor goedendag, naar hen roept. De cultuur is zo gemoedelijk maar tegelijkertijd niets van wat voor ons bekend is. Onze tocht ging dwars over een indoor Chinese vismarkt, afgeladen met mensen, vissen en andere dieren die ik moeilijk kon identificeren. We fietsten zelfs door een restaurant, en mochten ook gewoon mee op een overvolle veerpond.

Onderweg merk je dat het Thaise leven volledig in het teken staat van het Boeddhisme. 98% van de Thaise bevolking is Boeddhist, de overige 2% volgt Jezus of Allah. Alleen al in Bangkok zijn 700 grote tempels, en duizenden kleinere varianten. Niemand weet precies hoeveel geloofshuizen zich in deze stad bevinden, er worden namelijk dagelijks nieuwe bijgebouwd. Rijke Thaien bouwen een tempel uit liefdadigheid, hoe rijker hoe groter. Samen met mijn kennis voor dit geloof groeit ook mijn respect. Elk ander geloof wordt gewoon getolereerd, en iedereen mag rondkijken wat het inhoud. Een Boeddhist heeft zich aan vijf basisregels te houden, ook wel de voorschriften genoemd.

  1. Ik houd mij aan het voorschrift om af te zien van het doden van levende wezens.
  2. Ik houd mij aan het voorschrift om af te zien van het nemen van dat wat niet gegeven is.
  3. Ik houd mij aan het voorschrift om af te zien van seksueel wangedrag.
  4. Ik houd mij aan het voorschrift om af te zien van incorrect spreken.
  5. Ik houd mij aan het voorschrift om af te zien van het gebruik van verdovende middelen als alcohol en drugs, welke leiden tot onachtzaamheid.

Kortom niet doden, niet stelen, geen buitensporige porno, niet vloeken en niet drinken. Onze gids grapte dat regel vijf hem helaas niet was gelukt. Maar dat is niet zo erg, want elke Boeddhist mag het geloof interpreteren op zijn eigen manier. Wel moet je één keer in je leven voor een paar weken monnik worden en het beroemde kostuum, de oranje toga, dragen. Als monnik mag je niet eten tussen zonsop- en ondergang en niks kopen in winkels en op straat. Monniken krijgen hier in Thailand alles gratis, liften langs de weg en hebben gereserveerde plaatsen in treinen en op veerboten. Iedereen heeft respect voor een monnik. Ze praten nauwelijks tegen het ‘volk’ omdat ze continu opzoek zijn naar verlichting. Maar terug in de tempel zijn ze heel levendig en aardig. Gaan graag met je op de foto of staan rustig de was te doen en de ramen te zemen.

De tempel is ook direct het buurthuis. Mensen bidden er niet alleen, maar feesten en ontmoeten elkaar rond het enorme, kleurige gebouw. Ook zitten de meeste scholen op het tempelcomplex en is er bijna altijd wel een restaurant te vinden. Enorm gezellig, het Boeddhisme is niet echt een geloof maar meer een ‘way of life’. Één die Nederland heel goed zou doen en mij inmiddels erg aanspreekt. Het leven van een Boeddhist is gezellig en respectvol voor alle levende wezens en het onbekende. Heel het land is bezaaid met honden en katten. Een dier pijn doen maakt dat je in het volgende leven als dit dier op de aarde verschijnt. Boeddha is de enige die 500 levens lang niks slecht heeft gedaan en hierdoor als enige verlichting heeft gezien. Dit maakt hem, volgens het Boeddhisme, op een onverklaarbaar wijze een opperwezen.

Published by Martijn, on July 22nd, 2010 at 4:09 pm. Filled under: Thailand3 Comments